blog

Column: De Nederlandse kenniseconomie is meer wens dan werkelijkheid

Publicatie

4 apr 2012

Categorie

iMaintain

Soort

blog

Tags

Hoeveel dagen per jaar besteedt u aan het ontwikkelen van uw kennis? Is dat vergelijkbaar met de rest van uw bedrijf, met de rest van de branche, met de rest van Nederland ? De cijfers zeggen dat het gemiddelde aantal trainingsdagen bij een fte in Nederland drie per jaar is. Wetende uit ander onderzoek dat de waarde van kennis in de huidige economie een halveringstijd heeft van drie jaar, kunnen we vaststellen dat onze economie van kennis niet alleen stilstaat, maar zelfs achteruit holt.

Iedereen heeft zijn mond vol van een leven lang  leren, maar wie heeft er nu een echt kenniscontract? Hoe zorgt u bijvoorbeeld dat uw opgedane kennis van de laatste cursus vernieuwd wordt of tenminste bijblijft?
Niet zelden hebben organisaties moeite om een koppeling te leggen tussen een training en het bedrijfsresultaat. Ook bij evaluaties van trainingen wordt bijna nooit zo’n chain of evidence bloot gelegd. Meer dan eens is er dan wel al een substantieel bedrag gereserveerd. En als er al een evaluatie is, gaat die meestal niet verder dan de tevredenheid van de deelnemers. Neem van mij aan als ervaren trainer dat er genoeg trucjes zijn om een hoge tevredenheid te scoren, zonder enige aandacht te besteden aan de vigerende problemen. Dus als u volgende keer een goede lunch krijgt op een prachtige locatie; eet smakelijk, maar wel met gezonde achterdocht.
Veel leertrajecten vereisen een evaluatie en reflectie van de deelnemers. Maar hoe zit dat met het ontwerp van de training zelf? Hoeveel procent van het budget van een training gaat uit naar het onderzoeken of het probleem daadwerkelijk is opgelost? Ik kan u uit ervaring vertellen dat dit percentage meestal zeer beperkt is. Trainingen worden verantwoord met motto’s als: ‘kennis delen is kennis vermenigvuldigen’, ‘een opleiding is nooit weg’ en ‘hij verdient het na zo’n jaar’. Het gevolg is dat opleidingsgeld meestal gezien wordt als kostenpost en niet als investeringsgeld. En gezien de onderliggende verantwoording, vaak niet eens onterecht.
Maar zult u zeggen, wij doen aan blended learning. Voor de niet P&O’ers onder ons; leren met verschillende methoden. Is dat dan misschien het tegenargument? ‘Drie dagen training klopt wel, maar onze medewerkers kunnen gebruik maken van een digitale leeromgeving en wij geloven ook in leren van elkaar.’ Goed voorbeeld doet goed volgen. Kortom: ‘Wij doen veel aan leren, alleen op vele manieren.’
Op zich een sterk argument. Leren is meer dan alleen het aantal trainingsdagen. Trainingsdagen als indicatie voor het leervermogen van een organisatie is als het beheren van een compleet gebouw enkel en alleen op basis van een veiligheidsanalyse. Maar blended learning krijgt pas kracht als er een goede diagnose onder ligt en de relatie met het op te lossen probleem kraakhelder is. Helaas kom ik dat zelden tegen.
Daarom kom ik tot de slotsom dat onze kenniseconomie veel gelijkenissen vertoont met de toepassing van de economische theorie van Keynes in de jaren ‘80 van de vorige eeuw. We pompen een hoop geld in de economie, maar of we er iets voor terugkrijgen hangt niet af van een goede diagnose, maar van een ongegrond vertrouwen in een multiplier waarvan niemand meer weet hoe die eigenlijk werkt.

Lukas Brandts, trainer Hogeschool Utrecht

Wellicht vindt u deze artikelen ook interessant

Schrijft u in voor onze nieuwsbrief en blijf altijd op de hoogte.